Ziekenhuisbevalling

De bevalling kan thuis of in het ziekenhuis plaats vinden.
Het is fijn als je in het ziekenhuis gaat bevallen dat je een vluchtkoffertje hebt klaarstaan. Kijk hiervoor op onze uitzetlijst.

In het geval van een ziekenhuisbevalling kan dit op poliklinische of medische basis zijn. Wat zijn hier de verschillen tussen?

Poliklinische bevalling

Dit is eigenlijk een verplaatste thuisbevalling. Dan beval je op eigen verzoek in het ziekenhuis zonder dat hiervoor een medische indicatie is. Vraag van te voren goed na bij je zorgverzekeraar wat er in dit geval wel en niet gedekt is in je verzekeringspolis. Zo ben je voorbereid op eventuele kosten.

Bij een poliklinische bevalling kan in bepaalde ziekenhuizen, indien gewenst, onze kraamverzorgende assistentie verlenen bij een poliklinische bevalling. Informeer hiernaar bij de zorgcoördinator. Wanneer alles goed verloopt en je direct naar huis mag, begeleidt de kraamverzorgende je naar huis.

Medische bevalling

In dit geval heb je een medische indicatie om in het ziekenhuis te bevallen. Deze kan je krijgen om verschillende redenen. Bijvoorbeeld bij bepaalde ziekten, een meerling, problemen tijdens de zwangerschap of omdat er bij je vorige bevalling complicaties zijn geweest.

Wanneer je op medische indicatie in het ziekenhuis bevalt, zal de bevalling door een gynaecoloog worden geleid, daarbij bijgestaan door een verpleegkundige uit het ziekenhuis. De medische indicatie geldt voor de bevalling en wanneer alles voorspoedig verloopt, kun je de kraamperiode verder thuis doorbrengen. Ook bij een medische indicatie is het dus noodzakelijk om kraamzorg voor thuis af te spreken.

Couveuse nazorg

Het is ook mogelijk om zorg te krijgen, nadat de baby in de couveuse heeft gelegen. Kraamcentrum DAT geeft dan ook voor enkele dagen hulp. Wij moeten ons wel houden aan de regels van de verzekering. Het ligt namelijk ook aan je polis of je verzekerd bent voor couveuse nazorg of niet. Wanneer de zwangerschapscontroles door de gynaecoloog zijn gedaan en je op medische indicatie poliklinisch bevalt, is het van belang, dat de huisarts en/of de verloskundige hiervan op de hoogte is in verband met de medische begeleiding van de kraamperiode thuis. 

Hoe kondigt de bevalling zich aan?

Ontsluitingsfase
Deze eerste fase duurt meestal het langste. Bij een eerste kindje is dit gemiddeld elf uur. Bij een volgend kindje gaat het meestal sneller. De ontsluitingsfase wordt gerekend vanaf de eerste echte weeën tot de volledige ontsluiting van de baarmoederhals bij 10 cm. Tijdens de ontsluitingsfase opent de baarmoedermond zich. De verloskundige of arts houdt zorgvuldig bij hoeveel ontsluiting je hebt. Zodra de verloskundige een dunne rand rond het hoofdje van je baby kan voelen, heb je die felbegeerde tien centimeter, ofwel volledige ontsluiting en begin je aan de tweede fase: de ‘uitdrijving’.

Uitdrijvingsfase
De uitdrijvingsfase duurt vanaf de volledige ontsluiting tot en met de geboorte van je kindje. Bij volledige ontsluiting mag je beginnen met persen. Deze tweede fase van je bevalling kan snel verlopen, maar duurt bij het eerste kind gemiddeld een tot anderhalf uur.

De persweeën - die anders aanvoelen dan de ontsluitingsweeën - zijn bijzonder sterk, want ze moeten het hoofd van je kind draaien. Het kan even duren voordat die draaibeweging is gelukt. Je merkt bij persdrang, dat je het niet meer tegen kunt houden en dat ook niet wilt. Je krijgt steun van de verloskundige, maar het ‘commando’ om je baby nu naar buiten te duwen komt uit je eigen lichaam.

De verloskundige houdt in de gaten of er al een stukje van het hoofdje te zien is. In het begin glijdt dit nog telkens terug, maar vanaf een bepaald moment blijft het zichtbaar. Je zegt dan dat het hoofdje ‘staat’. Je kunt dit meestal zelf voelen: een branderig, stekend gevoel. Op dit moment zal de verloskundige je vragen om niet meer mee te persen, zodat het weefsel rond je vagina rustig kan oprekken om het hoofdje door te laten. Als het hoofdje echt niet naar buiten komt, krijg je een knipje waarmee de opening wat groter wordt gemaakt. Het is goed mogelijk dat je hier niets van voelt, omdat de huid rond je vagina volledig gespannen is.

Bij één van de volgende weeën volgt de rest van het hoofdje en vanaf dat moment gaat het snel. De verloskundige vangt je baby op en even daarna wordt de navelstreng afgeklemd en doorgeknipt (door je partner). De verloskundige of arts kijkt meteen of alles in orde is met je baby. Dat gebeurt onder andere met de Apgar-score.

Nageboorte
De fase van de nageboorte duurt van de geboorte van je kindje tot en met de geboorte van de placenta (nageboorte). Is je baby geboren, dan trekt je baarmoeder opnieuw samen, waardoor de placenta loskomt. Deze derde fase wordt de nageboorte genoemd en duurt meestal minder dan een halfuur.